Home »Teksten »Mini-verhalen

Mini-verhalen

Een mooi verhaal heeft niet altijd veel woorden nodig. Daarom houdt Ingrid zich sinds augustus 2011 bezig met de uitdaging om verhalen te schrijven die niet meer dan 130 woorden bevatten. Het zijn kleine portretjes: soms nuchter, soms absurd, soms onzinnig, maar altijd in hapklare brokken.

De zeepbel

Op de hoek van een eenzame straat staat een meisje met bellenblaas. Met haar adem raakt zij het zeepsop aan dat ze van haar moeder heeft gekregen. Voor haar ogen ontstaat een nieuwe wereld, steeds groter en kleuriger. De grijze en natgeregende straten bestaan niet meer. De werkelijkheid is opgesloten in een zeepbel vol verlangen.

De wind neemt de zeepbel mee. Midden in de grauwe lucht wordt een sprookje zichtbaar, vol paars en blauw. In dit sprookje is het zomer en leeft haar vader nog. Hij is koning. Zij is een mooie prinses. Voor altijd. Haar wangen beginnen te gloeien. Dan verdwijnt de zeepbel en is de wereld weer werkelijk. Tot het moment waarop het meisje een nieuw sprookje blaast.

Vieze vlieg

Er zit een vlieg in mijn sla. Zo’n dikke, met groen achterlijf. Eigenlijk moet ik de ober roepen en hem vertellen dat er een eng beest in mijn maaltijd zit. En dat dit beest een konijnenkeutel als voorgerecht heeft geconsumeerd, verse hondenuitwerpselen heeft genuttigd als hoofdgerecht en dat hij nu mijn sla gebruikt als dessert.
Zijn toetje is mijn feestmaal. Niemand weet dat ik jarig ben. Toch heb ik mij naar een chique restaurant gesleept om van deze avond te genieten. Precies zoals de leidster van de assertiviteitscursus mij heeft opgedragen. Dit is niet zomaar een maaltijd, maar mijn maaltijd. Mijn feest.
Ik staar naar de vlieg in mijn sla. Ik zucht, neem een hap en ik slik.

Listige lieveheersbeestjes

Vroeger hield ik zielsveel van lieveheersbeestjes. Ik liet hen lopen op mijn arm en telde alle stipjes. Ik hees mezelf in een lieveheersbeestjes-pak en probeerde dan te vliegen. Heel lang bleef ik zweven in de gedachte dat lieveheersbeestjes schattige en onschuldige beestjes waren. Tot ik landde in de rauwe werkelijkheid.
In de echte wereld zijn lieveheersbeestjes helemaal niet lief, maar doen zij vooral aan zinloos geweld. Het zijn listige vampieren die de gedaante hebben aangenomen van insecten met zwarte stipjes. Met hun scherpe kaken grijpen zij hun slachtoffers en blijven net zo lang zuigen tot er niets meer te zuigen valt. Daarna slobberen zij koelbloedig een nieuwe bladluis leeg. Grijpen, slurpen, volgende patiënt.
Het is een belangrijke levensles. Niet de wetenschap, maar het lieveheersbeestje heeft de liposuctie uitgevonden.