Het wordt weer winter en dat betekent dat mijn schaatsen weer uit het vet kunnen. Tijdens het hele skate-seizoen heb ik naar dat moment uitgekeken; niet meer oppassen voor koeienroosters en hondenpoep of venijnige steentjes die zich in mijn wieltjes verstoppen. Tijd om elegant te zwieren op het ijs!
Afgelopen week heb ik met Fier opgetreden, wat weer een goede ervaring is geweest. Daarbij heb ik behoorlijk wat bonbonnetjes naar binnen gewerkt. Ik was hard toe aan een goede conditietraining. Dus pakte ik de bus naar Kardinge. Daarna verstand op nul en maar rondjes schaatsen. 16 kilometer verder werd ik bevangen door een bevreemdend gevoel.
Terwijl Robbie Williams uit de speakers schalde, zag ik hoe een man zijn dochter aan het pushen was om Ireen Wüst te kunnen opvolgen. Dochterlief schaatste inspiratieloos verder en vroeg hoeveel rondjes ze nog moest. Schreeuwende jongens met veel te grote ijshockeyschaatsen hielden wedstrijdjes tegen de stroom in. Geen volwassene hield hen tegen. Flitsen van mannen in blitse pakken. Het geluid van klapschaatsen dat ik nooit zelf zou kunnen produceren...
Ik pakte mijn spullen en vertrok. Het eerste wat ik buiten ontdekte, was een oliebollenkraam. Tegenover het sportcentrum; de meest strategische plek van Groningen. Gelukkig bleek deze niet open te zijn.
Terwijl ik naar de bushalte liep en het begon te regenen, verlangde ik hevig naar de zomer. Om lekker buiten te zijn, de natuur in. In gedachten maakte ik mijn skates weer zomerklaar: wieltjes reinigen, drupje olie en gaan!

Nu ik hier zo over nadenk, is de kans groot dat ik in de zomer opnieuw ga smachten naar het schaatsseizoen en zo houd ik mezelf een beetje bezig. Van daaruit heb ik de volgende theorie bedacht: Een mens die naar iets verlangt, is gelukkiger dan iemand die niets meer te verlangen heeft. Tenminste: ik hoop dat dit klopt, want volgens mij ben ik in dat geval een zeer gelukkig mens...