Home »Ditjes en Datjes »Mijn Romero-moment

Mijn Romero-moment

Bijgewerkt op: 06-10-2010

Bij de NS vinden ze dat we aan de OV-chipkaart moeten. En daarom hebben ze een filmpje gemaakt over ene Romero. Romero is zielig, want iedereen heeft de chipkaart behalve hij. Zijn vriendin Julie wil niet op hem wachten en loopt alvast de trein binnen (wat volgens mij meteen al iets zegt over hun innige liefdesband). Arme Romero rent naar de kaartjesautomaat, trotseert de steile NS-trap en gaat op zoek naar zijn lief. Gelukkig, de trein staat er nog! En dan voltrekt zich een drama.

Nu kan Romero ervoor kiezen om in te stappen bij de dichtstbijzijnde deur. In dat geval kan hij nog makkelijk mee. Julie zou ook kunnen uitstappen zodat ze samen de volgende trein kunnen nemen. Ook dat gebeurt niet. En zo eindigen ze samen –heel romantisch– met hun handen tegen een glas gedrukt. Een laatste groet voordat Julie uit het leven van Romero verdwijnt; zijn straf voor het niet hebben van de OV-chipkaart. Snik.

Zoiets kan mij natuurlijk niet overkomen; ik ben allang om naar de OV-chipkaart. Dus als René en ik op tijd de trein naar Assen moeten nemen, dan kan dat gewoon. Simpel en snel. Toch?

Romero en Julie René en Ingrid hebben haast. Zij moeten de trein naar Assen halen zodat ze daar de bus naar Bovensmilde kunnen halen. Als ze een trein later nemen, missen ze de aansluiting en station Assen staat niet bepaald bekend om het vertier. Gelukkig is René ook om naar de OV-chipkaart. Hij heeft alleen geen idee hoeveel saldo er nog op zijn kaart staat, o jee…

René heeft wel geprobeerd om zijn reissaldo online te checken, maar daarvoor moest er eerst een brief worden aangemaakt door de NS met een activatiecode, met deze activatiecode moest hij naar de kaartautomaat op het station. Daarna moest hij iets doen met een code op internet, maar daarvoor werd hij verwezen naar een site die niet werkte. En nu nog steeds niet werkt. Handig…

Door al dat gedoe gaan we te laat weg van huis. 'Hier hebben we echt geen tijd voor,' jammer ik: 'Houd die kaart straks maar gewoon voor het poortje en dan zien we wel of je erin mag. Maar ik word wel kwaad als het niet lukt.'
We haasten ons naar het station en ontdekken dat we zelfs nog vier minuten over hebben.
De trein wacht op ons. We kunnen makkelijk instappen, maar we moeten eerst nog naar het incheck-punt dat halverwege het perron staat. Ik voel mijn bloed kloppen.
René pakt zijn pas. Het apparaat zegt: 'Blieb!' Hij mag gewoon verder reizen, niks aan de hand.
Opgelucht haal ik mijn kaart tevoorschijn. Maar het apparaat doet niks. 'Onvoldoende saldo,' lees ik.
Nog twee minuten voor de trein vertrekt. Binnen zie ik de conducteur grijnzen.
Ik roep wat dingen die ik liever niet opschrijf en begin te rennen. Zoals Romero. Ik ren het hele perron over, richting de kaartautomaat. Die natuurlijk op zulke momenten altijd op het verste punt van het station staat. Terwijl ik met bonkend hart mijn saldo opwaardeer, bedenk ik dat ik net zo goed een kaartje had kunnen kopen nu ik toch bij de automaat moet zijn.

Ik ren zo hard terug naar de trein dat mijn broek er bijna van afzakt. Gelukkig ben ik net op tijd terug op het perron. Daar staat René op mij te wachten. (zo kan dat dus ook, Julie!) Het fluitje klinkt scherp als René en ik onszelf in de deuren werpen. Gehaald! Wanneer we ons tussen koffers, mensen en huisdieren wurmen, besef ik dat de ellende van Romero met zijn papieren treinkaartjes, eigenlijk best wel meevalt.