Typische jongens- en meisjesdingen bestaan niet echt voor mij: je doet iets, omdat het bij je past en niet omdat je toevallig een jongen of een meisje bent. Zelf heb ik me nooit echt meisjesachtig gedragen. Je zult mij niet snel met een lippenstift betrappen. Of met een nagelvijl. Als kind sprong ik graag in plassen. De autogarage van mijn broertje was mijn poppenhuis en als ik atletischer was geweest, had ik veel vaker in bomen geklommen.
Er was ook een tijd dat ik nooit een jurk of rok droeg. Of een strak truitje dat de vrouwelijke vormen beter doet uitkomen. In plaats daarvan droeg ik hele wijde vormloze truien waarin ik minstens zeven kilo zwaarder leek. Om die veel te lange mouwen op zijn plaats te houden droeg ik mouwophouders met een beertje erop. Nu ik daadwerkelijk minstens zeven kilo zwaarder ben en (te) strakke kledingstukken niet meer zo charmant zijn, heb ik spijt van die slobbertruien.
Behalve dat ik oorbellen van mijn moeder 'leende', droeg ik vrijwel geen sieraden. Ik vond ze niet praktisch; ik was veel te bang dat ik mezelf zou wurgen wanneer ik een ketting droeg. En horloges? Ach, er was altijd wel iemand die de tijd bij zich had.
Dan ben ik opeens drieëndertig jaar. Het tijdperk van spelen is voorbij. Aangezien nu alles om mijn toekomstige carrière zal draaien, heb ik de truien van toen in de kledingzakken gepropt. Konijnenprinten maken immers niet echt indruk op potentiële opdrachtgevers. Nu heb ik nieuwe nette schoenen, een zakelijk jurkje en een echte vrouwenjas waarvan de verkoopster zei: 'Dit is echt heel bijzonder.' René kent mij niet meer terug.
Nu ben ik ook zover dat ik een ketting heb geregen van allerlei soorten kralen. Het moet niet gekker worden. Eerst ben ik uit budget-overwegingen gaan rijgen, maar inmiddels ben ik erachter dat ik voor de prijs van een doe-het-zelfset net zo goed een nieuwe ketting had kunnen kopen. Toch was het leuk: ik aan de ene kant van de woonkamer met mijn rijg-setje en René aan de andere kant van de kamer met zijn boormachine. Als schrijfster Leni Saris nog had geleefd en dit tafereel kon aanschouwen, dan zou ze glimmen van trots.
Zoals het een geëmancipeerde man betaamt, heeft René uiteindelijk ook meegeholpen aan mijn ketting: de sluiting heeft hij gesoldeerd. Nu dit project is afgerond, mag ik mezelf op en top vrouw noemen. Maar dan eentje zonder make-up. En mét bomenklim-neigingen...

Mijn zelfgemaakte kralenketting!