De laatste tijd is het hier eng. Zo eng dat ik mijn voeten niet meer op de grond durf neer te zetten. En als ik alleen ben, speur ik als een Ingrid R. de Vries door de woonkamer. Ieder kastdeurtje is verdacht. Het gevaar schuilt achter de bank of onder de vloer of heeft zich misschien opgesloten in de wc… Eigenlijk is het gevaar gewoon overal, want muizen zijn nooit alleen.
Al meer dan een maand hoor ik geknaag, geritsel en getrippel. En er zijn keuteltjes. Nu ik deze keuteltjes heb gezien, lust ik acuut geen hagelslag meer. Ik vind ook gaten in de muur, van een kleine centimeter; deze stopt René telkens vakkundig dicht. De dag daarna zit er dan weer een nieuw gat van een centimeter. Muizen zijn terroristen. Onze muizenvallen zetten we op super-strategische plekken, achter zo'n gat bijvoorbeeld (die we dan voor de vorm niet dichtstoppen om geen argwaan te wekken). Als de muis dan door zo'n gat rent, zit hij in de val. Mooie theorie, maar de praktijk is dat het gewoon niet werkt; er wordt gewoon een nieuw gat in de muur geknaagd. We verhogen de val-intensiviteit en doen daar culinaire hapjes in. De muis trapt er niet in. Wel is de volgende dag het eten weg uit de val.
De kwaadaardige kant van mij denkt na over zwaar vergif, maar ik begrijp dat muizen daartegen resistent kunnen worden. Sommige muizen schijnen gif trouwens te zien als lekker hapje waardoor ze weer hun vriendjes gaan uitnodigen en dan krijg je alleen maar meer van hen. Zucht. Bovendien weet je ook nooit helemaal zeker of zo'n muizenfamilie na zo'n portie gif gezellig naar buiten trippelt. In dat geval vormen ze weer gif voor de buurtkatten. Nog meer: zucht. We moeten ook nog zware kit kopen om alle muren dicht te smeren zodat ze niet meer naar binnen kunnen. Maar wat nou als je alle kieren dichtkit en de hele muizenfamilie (inclusief aanhang, de koude kant en achter-achter-kleinkinderen) blijkt nog gezellig binnen te zitten? Dan blijven ze hier voor altijd plakken.
Gelukkig is het ons laatst gelukt om een muis te vangen. Een muis met een hoog Disney-gehalte; hartstikke lief. Het is erg fijn om zo'n beestje weer uit te kunnen zetten in de vrije natuur; ver weg van huis. Wetende dat deze muis niet meer thuis is, zet ik opgelucht mijn voeten op de vloer. Dan hoor ik geritsel. Iets bruins sluipt door de kamer en het ziet er niet lief uit. Het kijkt mij aan en het schiet snel een hoek in. Een tijdlang blijf ik een hoge hartslag houden. Vanaf nu is het oorlog tussen mens en muis. En de mens is het bangst…

Deze muis zag er vredelievend uit…