De temperatuur stijgt en de stad broeit. Mensen ontwaken uit hun winterslaap en spoeden zich zonder jas naar buiten. Hun schoenen zijn vervangen door slippers of sandalen. Broeken en rokken worden dunner en korter; overal zijn nu blote en nog ongebruinde benen te zien. Terrasjes worden bestormd; geen stoel is nog vrij. Prullenbakken worden volgestouwd met frisdrankbekers die grotendeels ook al op de grond zijn gedeponeerd.
Het is nu ook tijd om massaal ijs te gaan eten. IJs hoort bij de lente, het is een traditie waarvoor je letterlijk moet vechten. Iedereen wil namelijk als eerste bij de ijscokar zijn om zijn of haar favoriete smaak te bemachtigen. Blijkbaar hebben we allemaal dezelfde smaak of beheers ik de strijdtechnieken onvoldoende, want de smaken die ik wil zijn dikwijls uitverkocht.
De lente hoeft natuurlijk niet per se in het stadscentrum geconsumeerd te worden. Je kunt natuurlijk ook de natuur in om de pasgeboren lammetjes te bewonderen. Dat heb ik Tweede Paasdag gedaan; samen met een heleboel andere dagjesmensen die ook even geen zin hadden om shoarma te eten op een terrasje. Ik vond het erg prettig om uit de stad te zijn; even geen drukte en kudde-gedrag om me heen. Maar toen ik in het Groningse Termunterzijl midden op een dijk stond tussen alle schaapjes, begon het tot mij door te dringen: wanneer heel Noord-Nederland rond Pasen uitrukt richting de dichtstbijzijnde dijk of andere lammetjes-plek, dan is dat toch ook kudde-gedrag? Het lente-gevoel begon weg te ebben nu ik moest toegeven dat ook ik een massa-mens ben. Ondanks dat ik mij niet schuldig maak aan foute sandalen en blote benen-exhibitionisme.
Afgelopen zaterdag gingen René en ik zwemmen. Het water in het kleine buitenbad was lekker warm. Voorzichtige zonnestralen schenen op onze gezichten. Opeens merkte René op: 'Kijk, het grasveld!' Ik draaide me om zodat ik over de rand van het bad kon kijken. Op het gras was een eend te zien die zich voorzichtig voortbewoog. Negen donzige eendenkuikentjes waggelden achter haar aan. Af en toe raakte er een kleintje achterop. Moedereend bleef dan even staan zodat de stoet weer kon aansluiten. Zo gingen ze rustig verder. Ik bleef hen volgen tot ze allemaal uit het zicht waren verdwenen. Het is een klein, alledaags en bijzonder tafereel, zo vlakbij een zwembad in de stad. Vanaf dat moment is de lente voor mij écht begonnen.

Schapen in Termunterzijl, 13 april 2009