Een terugkerend gesprek:
'Ingrid, zullen we dit jaar naar Pinkpop gaan?'
'Nou, dat weet ik niet hoor. Het zal vast heel druk worden daar.'
'Maar zo'n festival is toch hartstikke gezellig? Er spelen goede bands, we gaan gezellig kamperen...'
'Kamperen? Maar dan regent het altijd!'
'Kom op, Ingrid. Wij kamperen bijna nooit.'
'Nee, omdat dat teveel gedoe is. Dan wordt alles nat. Moet je door de modder waden om naar het toilet te kunnen waar je vervolgens een uur in de rij moet staan zodat het niet meer hoeft als je aan de beurt bent en als je je wilt douchen, dan sta je opnieuw in de rij om daarna weer tot je knieëen in de blubber te staan.'
'Maar Ingrid, het gaat toch om de muziek?'
'Ik ben dol op muziek en ook op festivals. Ik houd alleen niet van al het gedoe eromheen.'
Kortom: ik ben nog nooit op een festival geweest en daar schaam ik me voor. Het lijkt me geweldig om ieder muziekfestival af te struinen, op zoek naar prachtige geluiden. Het is mooi om artiesten te kunnen zien die vol passie op het podium staan. En toch ga ik niet naar Pinkpop of Lowlands. Om allerlei redenen die niets met muziek te maken hebben. Omdat ik alleen maar wil kamperen met 100% mooi weer-garantie. Omdat ik niet van mensenmassa's houd. Omdat ik openbare toiletten eng vind...
Op zaterdag 13 juni is De Nacht van Kunst en Wetenschap in Groningen gehouden. Verschillende artiesten maken daarbij hun opwachting op de Vismarkt. We gaan erheen. Ik heb er erg naar uitgekeken; een (gratis!) muziekfestival in het klein, maar dan zonder te hoeven kamperen. 'Het valt erg mee met de drukte,' toeter ik enthousiast in het oor van René boven de klanken van Miss Montreal uit. Ik begin zelfs spijt te krijgen van het feit dat ik dit jaar niet naar Pinkpop ben geweest. Dan is het de beurt aan Junkie XL en ik lach nog steeds. We hebben een mooi uitzicht op het podium.
Vlak voordat Junkie XL wordt aangekondigd, stroomt ineens de Vismarkt vol. Twee jongens die een lengte van minstens twee meter hebben bereikt, gaan voor ons staan. Ik zwiep mijn hoofd heen en weer om het podium te kunnen zien. Dat lukt nét. Dan gaat er een stelletje pal voor mij staan. Ik maak mezelf breed, maar dit stel heeft geen oog voor de buitenwereld of voor Junkie XL. In plaats van dat ze tien centimeter uitwijken, gaan ze elkaar uitgebreid aflebberen. Ik kan bijna hun speeksel proeven, zo dichtbij blijven ze staan. Ik zie nu nog minder van Junkie XL; mijn enthousiasme wordt al minder.
Wanneer mijn lichaam zich in allerlei bochten wringt -want ik moet me uitrekken om het podium te kunnen zien én tegelijkertijd de lange jongens en het kleffe stel uit mijn blikveld houden- wordt er door een groep enthousiaste mannen een soort van polonaise gehouden. Tenen van omstanders (o.a. de mijne) worden daarbij niet ontzien. Ik krijg een douche van bier over me heen. Het is alsof ik per ongeluk op een concert van Normaal ben terechtgekomen. Op dat moment wordt het me teveel. Ik steek een tirade af tegen René over het feit dat ik niet snap dat ik zoveel mensgerichte opleidingen heb gevolgd, terwijl je daarbij niet leert hoe je je staande moet houden in situaties als deze waarbij je de grootst mogelijke moeite moet doen om überhaupt op dezelfde plek te blijven staan.
Toch kijk ik met plezier op 13 juni terug; vooral omdat ik de optredens zélf bijzonder vind om mee te maken. Zo bijzonder zelfs dat ik vaker een concert wil bezoeken. Ook een muziekfestival moet daarbij een eerlijke kans krijgen. Ik ben er klaar voor om het Festival-beest in mij los te laten! Jammer alleen dat Lowlands voor dit jaar al is uitverkocht...