Ik zit met een probleem. Een probleem dat mij isoleert van de buitenwereld. Waardoor afspraken misgaan, bestemmingen onbereikbaar worden en treinen zonder mij vertrekken. Een probleem dat mij laat verlangen naar een hele strenge winter. Zo'n winter die alle grachten laat dichtvriezen. Zodat er geen bootjes meer kunnen varen.
Op zich heb ik niets tegen bootjes en ook niet tegen het feit dat ik weleens op ze moet wachten. Maar als ik al te laat ben voor een afspraak, minutenlang sprint om de schade in te halen, met rood hoofd, bezwete rug en verwilderd haar de brug op wil stormen -met in mijn achterhoofd het mantra: 'we zijn er bijna'- en als dán de slagbomen dichtgaan... Op een of andere manier vind ik die plezierbootjes op zulke momenten minder plezierig.
De huisartspraktijk bevindt zich vijf minuten wandelen bij mij vandaan; brugje over en je bent er. Wanneer dat brugje opengaat om een file van bootjes door te laten, dan ben je al gauw een kwartier verder. En loop je dus ook een kwartier achter op het schema van de dokter, wat niet goed is voor ons -toch al enigszins zorgwekkende- zorgstelsel. Daar kun je dus ziek van worden. Door die bootjes dus.
Ook het station is tijdens het 'Groningen-wijkt-uit-voor-voor-kleine-bootjes-met-grote-masten-seizoen' een onneembare vesting. Vooral op de zondagmiddag wanneer je per se die ene trein moet hebben, omdat de andere treinen niet aansluiten op de bus naar Bovensmilde. Dan sta ik weer achter een gesloten slagboom. Voor de Museumbrug. Vanuit mijn linkerooghoek zie ik de trein vertrekken die ik had willen nemen. In de gracht sukkelt een bootje rond dat prima onder een dichte brug door had gekund, wanneer de kapitein de vlaggenstok achterwege had gelaten.
Als bepaalde delen van Groningen niet gedempt zouden zijn, waren er ongetwijfeld veel meer bootjes geweest om voor te wachten. Het Damsterdiep bijvoorbeeld is in 1951 gedempt; was dit niet gebeurd, dan zou ik nu vlakbij het water hebben gewoond. In dat geval zou ik misschien wel zelf een bootje bezitten. Of een boot wanneer ik groot ben. Maar dan wél een exemplaar dat onder de bruggen past; zonder grote masten, vlaggetjes of andere poespas. Desnoods een roeiboot.
Door de demping van het Damsterdiep heb ik nu uitzicht op een parkeergarage in wording. Ook interessant, maar als ik nu zou moeten kiezen tussen wachten op bootjes bij de brug of wachten tot de parkeergarage klaar is, dan kies ik toch voor de bootjes-optie; ondanks alle ergernissen en sociale belemmeringen. Het wordt namelijk gewoon een hele koude winter straks...

Deze brug in Appingedam staat ook open wanneer er geen enkele boot te bekennen is...