Home »Ditjes en Datjes »De laatste drie flesjes van de witwas-vrouw

De laatste drie flesjes van de witwas-vrouw

Bijgewerkt op: 17-01-2012

Dapper trotseren René en ik alle verleidingen van de supermarkt. We kopen geen chocolade. We gooien geen snoep in het winkelmandje. Er komt geen nieuw pak hagelslag in huis en zelfs geen mayonaise. Met onze spannende boodschappen (een pot gemberjam voor hem en een pot citroenjam voor haar) zigzaggen we ons tussen de overvolle winkelkarren naar de kassa. Maar voordat we ons doel hebben bereikt, wacht ons een laatste obstakel: de witwas-vrouw.

Tussen het snoep-vak en de kassa staat zij. Verstopt achter drie flesjes wasmiddel. Waarschijnlijk heeft zij mij al lange tijd in de gaten gehouden. Ze heeft gezien dat ik als een klein kind naar de snoepjes heb geloerd. En ze weet dat ik eigenlijk ook roomkaas had gewild. Ze moet mijn verdriet hebben gevoeld toen we de beslissing namen om deze keer geen chocolade te kopen. Ik ben haar prooi.

Terwijl René succesvol de kunst van het negeren bedrijft, zoeken haar ogen naar mij. Ik krijg de indruk dat ze 'Psst' doet. Met lieflijke maar dwingende stem vraagt zij: 'Mevrouw, wast u?'
Ik kijk haar glazig aan. René die onze potjes jam al bijna op de lopende band heeft gezet, draait zich langzaam om. Hij weet allang dat we problemen hebben.
'Kijk eens naar deze twee t-shirts,' zegt de vrouw: 'De een is vijfentwintig keer gewassen met een normaal wasmiddel en is helemaal grauw. En dat andere shirt is vijfentwintig keer gewassen met Robijn Stralend Wit. Is dat niet stralend?' Ze straalt.
Ik let niet op deze t-shirts, maar kijk vooral of hier geen televisie-camera's hangen.
'Gebruikt u eigenlijk Robijn Stralend wit?' vraagt ze. Haar stem klinkt opeens bloedserieus.
'Nou nee,' mompel ik.
'Ik mag u dit flesje aanbieden voor de helft van de prijs. En het is super-zuinig in gebruik.'
'Nou,' zegt René praktisch: 'Eigenlijk hebben we helemaal geen witte was om te wassen.' Nee inderdaad, denk ik. We zijn gestopt met het kopen van witte dingen, omdat het vroeg of laat toch met iets roods in de was terechtkomt. Eigenlijk kun je beter meteen roze kleding kopen.
'Jullie hebben bijna geen witte was…' antwoordt de vrouw: 'Maar dan werkt dit spul des te beter! Want als je wacht met het doen van de witte was, dan loopt al het vuil en kleur in elkaar over en dan werkt het minder goed. Als je dan dit wasmiddel gebruikt, dan heb je dat probleem niet meer.
' Ik staar haar aan met de blik van een goudvis en sta met mijn mond vol (witte) tanden.
Dan zegt René rustig: 'Nee, dank u wel.' 'Ik heb hier de laatste drie flessen,' gaat de vrouw verder terwijl haar blik op mij blijft plakken: 'En ik zie dat mevrouw twijfelt' —ik kijk nu als een verzopen goudvis— 'Wie doet eigenlijk de was?'
'Wij allebei,' zeg ik, waarop het haar beurt is om verbaasd te kijken.
Onder het mom van nu of nooit benutten René en ik haar verbaasdheid door hard naar de kassa te rennen. 'Bedankt voor de aanbieding,' roep ik uit beleefdheid.
De vrouw haalt haar schouders op en spreekt alweer iemand anders aan die nietsvermoedend het snoepvak uitwandelt.

Nu kun je wel zeggen: 'Het is maar reclame', maar sinds mijn ontmoeting met de witwas-vrouw houd ik mijn potje jam veel langer dicht dan nodig. In vlekken maken ben ik goed, maar nu ben ik veel te bang dat de witwas-vrouw opdoemt als ik jam op mijn kleding mors. En dat zij tegen mij gaat schreeuwen: 'Zie je wel, had nou mijn laatste drie flesjes gekocht! Dan had je kunnen stralen!' met als gevolg dat ik voor de rest van mijn leven met een enorm schuldcomplex rondloop. 's Nachts zal ik dromen over het schattige Robijn-beertje dat mij komt halen en vervolgens verandert in een reusachtige, gluiperige grizzlybeer. Keer op keer zal hij mij langzaam en pijnlijk verslinden terwijl hij gromt: 'Waarom heb je mij niet gekocht?'
Toch zal ik niet zwichten. Ik zwicht alleen voor chocolade. Zolang deze maar niet wit is.