Opeens zijn ze er. Met velen tegelijk. Uit het niets. Juist als je ze niet verwacht, komen ze tevoorschijn. Zij komen uit een wereld die wij niet kennen; uit de derde dimensie. Soms wordt de poort tussen hun wereld en de onze geopend. Dan moeten wij –stervelingen– oppassen.
Eerst verschijnt er eentje, maar daarna komen er steeds meer tevoorschijn. Ze nemen wijn en voedsel in beslag; geen glas is veilig. Ze zijn klein, maar o zo listig. Als je niet uitkijkt zitten ze in jouw neusgat of dringen zij op een andere manier het menselijk lichaam binnen. Ze infiltreren in vuilniszakken en poepen op versbereid voedsel.
Zelfs als je al het eetbare hebt moeten weggooien om aan hun schadelijke invloed te ontkomen, blijven ze rondzwermen. Hongerig naar meer. Ze dwarrelen voor je ogen. Je wilt ze dooddrukken, maar telkens als je er eentje verslaat, komen er twee nieuwe tevoorschijn. Dit is een ongelijke strijd; je bent verloren.
Het enige wat nog rest is lijdzaam afwachten. Tot de poort naar de derde dimensie opnieuw opengaat en ze weer in het niets verdwijnen. Maar ze zullen altijd terugkeren. Op een moment waarop je ze niet verwacht. Hun wraak zal verschrikkelijk zijn. Een nieuwe golf van terreur zal de wereld overspoelen: de mensheid gaat ten onder aan flutfruitvliegjes.