Iedere herfst verwonder ik mij over de mannen –het zijn volgens mij altijd mannen– die in de vroege ochtend bezig zijn met een bladblazer. Het apparaat doet mij denken aan een omgekeerde stofzuiger, maar dan voor buiten. Nadat de mannen hun strijdtenue hebben aangetrokken en voorzien zijn van gehoorbescherming, kan de strijd tegen de blaadjes beginnen.
Ik kijk ernaar en snap er niets van. Ik weet niet wie bedacht heeft dat vallende blaadjes gereguleerd moeten worden, maar zo'n missie lijkt mij redelijk kansloos. Bladeren vallen nou eenmaal niet in een nette lijn naar beneden; het zijn geen post-it'jes die je op een bepaalde plek kunt vastplakken.
Wat mij opvalt is dat zo'n bladblazer-man zijn blaadjes keurig op een hoopje legt, net buiten zijn eigen territorium. Als dan later de buurman komt met zijn bladblazer, worden diezelfde blaadjes keurig weer teruggeblazen. En zo worden bladerhoopjes netjes verplaatst.
Dat patroon doet mij denken aan mijn middelbare schooltijd. Omdat ik weleens te laat kwam –vertraagd door de bladeren op het fietspad– moest ik voor straf de aula schoonmaken. De troep die ik opveegde, belandde uiteindelijk ergens op de gang. Vervolgens werd alles naar buiten gemikt door degene die voor straf de gang moest schoonmaken. Degene die voor straf het schoolplein schoonmaakte, smeet alles weer in de gang en zo kwam alles uiteindelijk weer terecht in de aula.
Ik vermoed nu dat de mensen die zo'n bladblazer het meest fanatiek hanteren, vroeger heel vaak strafcorvee hebben gehad op school. De kans is groot dat zij voortdurend in de troep zaten. Ter compensatie bijten ze nu van zich af met een blaas-bazooka. Geen blad lijkt nu nog veilig te zijn.
Na veel geworstel en gezucht liggen de blaadjes netjes op een hoop. Benzinedampen trekken op. Missie geslaagd. Voor even. De wind grijpt in. Binnen enkele seconden wordt de nette hoop hopeloos. Terwijl de bladblazer loeit en blaast, verspreiden de bladeren zich. De man met de bladblazer moet weer opnieuw beginnen. En opnieuw. En opnieuw.
Als ik zo'n man strijd zie leveren met de krachten der natuur, dan hoop ik dat hij ooit bedenkt dat de bladeren gewoon willekeurig naar beneden dwarrelen en zich niet laten sturen door de mens. En dat hij vervolgens als een blij kind in de pasgevallen bladeren gaat banjeren en springen (ik hoop daarbij ook dat hij oppast voor hondenpoep). De sleutel naar het geluk ligt dus in het wegdoen van de bladblazer. Leerlingen van middelbare scholen hebben vast wel belangstelling voor zo'n ding.